Wat hebben managers toch met modder?

“Ik heb met mijn poten in de modder gestaan”, zei de manager tegen het gezelschap aan de grote vergadertafel. De vloerbedekking van de board room was smetteloos. Geen moddersporen te zien. Toch vond niemand het vreemd wat hij zojuist vertelde. Managers, beleidsmakers, directeuren en bestuurders beweren zo vaak dat ze in de modder hebben gestaan. Wat willen ze ermee zeggen? “Ik weet hoe ’t werkt in de praktijk, ben midden in het primaire proces geweest, op de werkvloer, tussen de klanten. Goed natuurlijk! Niet blijven hangen in de ivoren toren, maar hop naar buiten! Zoiets, toch? Het heeft wel iets stoers als je kunt zeggen: “Ik heb met mijn poten in de modder gestaan” Bikkel! Iemand die je serieus kunt nemen.

Maar ehm…, de praktijk – de plek waar het echte werk wordt verzet- noemen we dus ‘modder’?? Wat zeggen we daarmee onbedoeld? Laten we aannemen dat het woord ‘modder’ niet is gekozen als illustratie van schoonheid en verfijning. Modder is vies. Daar wil je niet te lang in staan. Hooguit even. Tijdelijk. Maar wat zeg je daarmee impliciet tegen mensen die elke dag werken in de modder voor de klas, of in het verpleeghuis vol mensen die zorg nodig hebben. Of in de modder achter de balie waar klanten altijd de beste service willen, of op straat waar hulpverleners hun werk proberen te doen? Dat is de praktijk waar het over gaat, toch? Sinds wanneer zijn we dat ‘modder’ gaan noemen? En waarom blijft die term in gebruik? Er spreekt niet bepaald waardering of respect uit. Wat zegt het over de managers, directeuren en bestuurders zélf? Goed, ik ga me niet wagen aan waardeoordelen (ik ga niet met modder gooien, woehoe).

Op zich kan modder trouwens best mooi zijn. Er zit leven in en er kan van alles uit groeien. Ik zie een uitdagend verhaal, maar modder heeft een imagoprobleem. Voorlopig zitten we vast aan het cliché ‘modder is vies’ en clichés werken heel sterk in communicatie. ‘Met je poten in de modder’ vind ik dus een vrij ongeschikte en weinig concrete term om enig contact met de praktijk te omschrijven. Zeg dan liever waar het op staat en… oké, (speciaal voor de liefhebbers van flauwe woordspelingen) voorkom een modderfiguur.

“Ik wilde weten hoe het werkt in de praktijk”, zei de manager tegen het gezelschap aan de vergadertafel. Op de verder smetteloze vloerbedekking hadden zijn laarzen grote voetstappen achtergelaten. Hij had blijkbaar met zijn poten in de modder gestaan, maar dat hoefde hij er niet bij te zeggen. Iedereen geloofde het meteen.